Deel 4: Goede opzet intercompany financiering: belangrijke aandachtspunten
Deze bijdrage is de vierde en laatste uit een serie artikelen over de wijze waarop ondernemingen centrale financiering combineren met een decentraal besturingssysteem. In het eerste artikel legden wij uit wat wij verstaan onder een “centrale financiering” en waarom veel bedrijven hier gebruik van maken. In het tweede en derde artikel werd stilgestaan bij het “decentraal besturingsmodel”, de valkuilen van dit model in combinatie met centrale financiering en de vier vereisten om deze valkuilen te voorkomen of beheersen. In dit laatste artikel staan we stil bij het opzetten van een intercompany financieringsstructuur bij een centrale groepsfinanciering.
Belangrijke aandachtspunten die aanbod komen zijn:
- Welke entiteit(en) worden de centrale geldnemer(s)?
- Welke vormen van intercompany funding zijn er?
- Waarop dient gelet te worden bij de documentatie van intercompany financiering?
- Hoe dient de pricing op intercompany financiering te worden bepaald?
1. Welke entiteit(en) worden de centrale geldnemer(s)?
Idealiter wordt er één entiteit ingericht die zich enkel bezighoudt met het inlenen en doorlenen van de financiering binnen de groep – ook wel een inhouse bank genoemd. Deze entiteit is dan de enige centrale geldnemer van de groepsfinanciering. Dit is een structuur die we vaak zien bij zeer grote multinationals. Meestal is de praktijk echter weerbarstiger en wordt er gewerkt met meerdere geldnemers. Doorgaans zijn dit de topholding en eventueel een aantal subholdings (bijvoorbeeld subholdings op regio of business unit niveau). De top- en subholdings trekken de financiering aan bij de bank(en) onder de groepsfaciliteit en lenen het vervolgens intern door.
2. Welke vormen van intercompany funding zijn er?
Er zijn verschillende methodes om intercompany financiering in te richten. De meest voor de hand liggende methode is het verstrekken van een vaste lening (term loan) tussen de holding die de bankfinanciering extern inleend naar de entiteit die de financiering nodig heeft. Deze lening kent een vaste looptijd en de lenende entiteit betaalt de intercompany lening terug over de looptijd van de lening of aan het einde van de looptijd. Nadeel hiervan is dat het leningsbedrag niet flexibel is. Dit kan worden opgelost door een rentedragende intercompany rekeningcourant in te richten.
Bij een intercompany rekeningcourant kan de lenende entiteit flexibel trekken of aflossen bij de entiteit die de financiering verstrekt. Hiervoor is het belangrijk dat er een limiet wordt ingericht die bepaald tot welk bedrag de entiteit intercompany mag lenen (zie hiervoor ook ons vorige artikel). Een ander belangrijk aandachtspunt hierbij is dat de systemen zodanig dienen te worden ingericht dat deze intercompany rekeningcourant verhouding goed geadministreerd kan worden (in Excel, het ERP systeem of een treasury management systeem). Intercompany rekeningcourantverhoudingen ontstaan ook in het geval er een (zero balancing) cash pool bij een bank wordt ingericht. De bankrekening van de werkmaatschappij wordt dagelijks afgeroomd of aangezuiverd en hierdoor ontstaan rekeningcourant verhoudingen met de houder van de master account (vaak de top- of een subholding).
Doorgaans zullen intercompany vaste leningen afgesloten worden voor de financiering van vaste activa (denk hierbij aan investeringen in vastgoed, machines en installaties of een overname), terwijl intercompany rekeningcourant verhoudingen afgesloten worden voor de financiering van werkkapitaal en andere activa die een kortere financieringsbehoefte kennen.
3. Waarop dient gelet te worden bij de documentatie van intercompany financiering?
Het is belangrijk om de intercompany financiering goed te documenteren. Door het inrichten van een goede documentatie zijn de afspraken duidelijk voor zowel interne stakeholders (om discussies tussen verschillende werkmaatschappijen te voorkomen) als ook externe stakeholders (waaronder de belastingautoriteiten).
Afspraken die in de documentatie opgenomen dienen te worden betreffen onder andere afspraken over de looptijd, zekerheden, interne limieten en eventuele financiële convenanten die van toepassing zijn op de interne financieringsstructuur.
De juridische afspraken dienen tussen de verstrekkende en ontvangende entiteit overeengekomen te worden. Bij entiteiten in verschillenden landen is het belangrijk dat lokale (fiscale) wetgeving kan verschillen tussen de landen waarin de entiteiten zijn gevestigd. De documentatie dient hierop te worden afgestemd.
4. Hoe dient de pricing op intercompany financiering te worden bepaald?
In de afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor de pricing van intercompany transacties bij organisaties die activiteiten hebben in meerde landen. Er is wereldwijd verschillende wet- en regelgeving ontwikkeld (waaronder BEPS) om te voorkomen dat deze multinationals gebruik maken van verschillende belastingstelsels om de belastingdruk van de groep sterk te verlagen.
In 2022 heeft de OECD de laatste versie van de Transfer Pricing Guidelines (‘TPG’) gepubliceerd. De TPG zijn bedoeld als wereldwijde standaard voor het bepalen van de pricing van grensoverschrijdende transacties (waaronder leningen) binnen multinationals. De TPG benadrukken dat de pricing van intercompany financieringstransacties bepaald dient te worden alsof de lening door een onafhankelijke financier of bank wordt verstrekt. Dit betekent dat de gehanteerde rente en voorwaarden ´at arm’s length´ moeten zijn.
Bij het vaststellen van een arm’s length-rente dient rekening gehouden te worden met de kredietwaardigheid van de geldnemer, de looptijd, valuta, zekerheden en de marktomstandigheden op het moment van afsluiten van de financiering. De OECD benadrukt het belang van een grondige analyse van de kredietrisico’s en de financiële positie van de lenende entiteit. In de praktijk wordt veelal gewerkt met Transfer Pricing modellen die gebaseerd zijn op credit rating analyses gecombineerd met externe benchmarks (van marktrentes en -spreads) om een passende rente te bepalen.
Daarnaast spelen ook de functies, activa en risico’s die de betrokken groepsmaatschappijen dragen een rol. Bijvoorbeeld: een treasury-centrum dat actief liquiditeits- en marktrisico’s beheert, verdient mogelijk een hogere beloning dan een passieve doorgeefconstructie. De TPG wijzen ook op het belang van het beoordelen van garantstellingen of impliciete groepssteun, die de renteopslag voor risico kan beïnvloeden.
Samenvattend
In dit artikel geven we een aantal praktische handvatten waar over nagedacht dient te worden bij het inrichten van een intercompany financieringsstructuur. Als eerste dient bepaald te worden welke entiteit(en) als centrale geldnemer(s) zullen fungeren – vaak de topholding en eventueel een aantal subholdings. Vervolgens dient bepaald te worden van welke financieringsvormen gebruik gemaakt zal worden. Hierbij kan gedacht worden aan vaste leningen of een intercompany rekeningcourant structuur. Als laatste dient de documentatie en pricing van de intercompany financieringsstructuur vooraf goed ingericht te worden om interne en externe geschillen te voorkomen.
Esther Goemans-Verkleij
Partner Treasury