Kan renterisico goed ingedekt worden bij een financiering met extensie opties?



Extensie opties


Door onze klanten worden tegenwoordig veel financieringen afgesloten met “extensie opties”. Vaak heeft de klant twee keer de mogelijkheid om de bank(en) te vragen om de looptijd van de financiering met een jaar te verlengen. Als het dan bijvoorbeeld om een 3 jaar financiering gaat die 2 keer met 1 jaar kan worden verlengd tot maximaal 5 jaar spreken we ook wel van een “3+1+1” financiering. Als het gaat om een 5 jaar financiering die kan worden verlengd tot maximaal 7 jaar spreken we over “5+1+1” financiering.


We spreken in de voorgaande alinea heel bewust van “de bank(en) te vragen” omdat een dergelijke verlenging altijd afhankelijk is van goedkeuring door de bank. Als er qua kredietwaardigheid bij de klant echter geen bijzondere en/of negatieve ontwikkelingen zijn wordt deze goedkeuring doorgaans wel gegeven. Met andere woorden bij een 3+1+1 financiering hebben beide partijen (klant en bank) meestal het voornemen om voor 5 jaar een relatie aan te gaan. Bij een 5+1+1 financiering geldt dit net zo. Daar is het voornemen een relatie voor 7 jaar aan te gaan. De voornaamste reden dat ondernemingen gebruik maken van financiering met extensie opties is de maximale looptijd die in de markt gangbaar is. Banken gaan voor bepaalde sectoren tot maximaal 3 of 5 jaar maar zijn bijna altijd bereid extensie opties daaraan toe te voegen. In dat geval is deze aanvulling voor de onderneming een “gratis optie” om de upfront kosten en tijdsinspanning van het regelen van een financiering over een langere termijn uit te spreiden.


Renterisico


Het is natuurlijk prettig om qua looptijd flexibiliteit te hebben in de financiering. Op deze manier kan makkelijk ingespeeld worden op de ontwikkeling van de financieringsbehoefte van de onderneming. Echter, de te betalen rente op een financiering is meestal gekoppeld aan een variabele benchmark (meestal €STR of EURIBOR). De vraag rijst dan hoe we het renterisico kunnen hedgen? Wil en kan de onderneming ook de periode van de extensie opties hedgen? En gaat dat allemaal zo makkelijk met de bank? Laten we voor het gemak uitgaan van een 3+1+1 financiering en een onderneming die zekerheid zoekt qua rentelasten en graag een fixed-floating renteswap wil afsluiten (bij een rentecap is de analyse overigens niet fundamenteel anders).


Renterisico bij verlenging

De meest logische keuze lijkt het om het renterisico te hedgen voor 3 jaar. Immers de lening loopt in principe maar voor 3 jaar. Maar wat als we nu weten dat de onderneming van plan is om de extensie opties uit te oefenen en de verwachting ook is dat de bank hierin mee zal gaan? Dan is de onderneming per vandaag dus blootgesteld aan het risico dat de variabele rente in het 4e en 5e jaar stijgt. Wij hebben helaas geen kristallen bol, maar we kunnen ons voorstellen dat ondernemers graag zekerheid hebben over de variabele rente in die laatste jaren.


Dan maar voor 4 of 5 jaar hedgen horen we u denken. Maar dat blijkt niet zo gemakkelijk. Voor banken en toezichthouders is vanuit de zorgplicht een 1-op-1 koppeling tussen de financiering en de renteswap belangrijk. Dat wil zeggen dat de nominale waarde van de swap niet hoger mag zijn dan de omvang van de (uitstaande) lening. Daarnaast wil een bank geen renteswap in de boeken hebben met een klant waarmee geen financieringsrelatie (meer) bestaat. Als de financiering niet wordt verlengd en dus na 3 jaar afloopt, en er wél een 4 of 5 jaar renteswap is afgesloten, dan zou dit wel het geval zijn. Dit zou leiden tot een “losse swap” in het bancaire spraakgebruik.


De mogelijkheden om het renterisico in de jaren 4 en 5 te hedgen met producten in de “optie-sfeer” zoals rentecaps, swaptions of extendable swaps blijken vaak ook niet wenselijk. Ze vereisen betaling van een upfront (optie)premie. Ook hier blijven de banken kritisch op het ontbreken van de koppeling tussen het derivaat en de leningen in het geval die niet worden verlengd.


Een oplossing


Een mogelijkheid om dit vraagstuk op te lossen, en die wij recent in de markt hebben toegepast, is de volgende. De klant sluit met de banken een renteswap af voor 5 jaar. Dit mitigeert het risico van een stijgende rente over de gehele 3+1+1 periode. Vervolgens spreken we met de banken af dat we in de bevestiging van de renteswap een “early termination” optie opnemen. Deze optie mogen beide partijen, de onderneming en de bank, vrij uitoefenen. De “settlement dates” van deze optie zijn volledig afgestemd op de mogelijkheid om de financiering naar keuze met een 4e en 5e jaar te verlengen. Op deze manier garanderen we dat er altijd een perfecte match is tussen de financiering en de renteswap.


Wat houdt dit in de praktijk in? Als de financiering niet met 2 jaar (+1+1) wordt verlengd, maar afloopt na 3 of 4 jaar, vindt bij het aflopen van de financiering een verrekening van de marktwaarde van de renteswap plaats tussen de onderneming en de bank. Dit kan voor de onderneming een negatieve of positieve kasstroom opleveren al naar gelang de renteontwikkeling. Dit is echter niet het basisscenario. Het basisscenario is natuurlijk dat de financiering wordt verlengd tot 5 jaar en de swap ook 5 jaar loopt. De clou van de early termination optie is dat de bank 100% comfort heeft dat er geen “losse swaps” kunnen ontstaan door het niet verlengen van de financiering.


Het uitwerken van deze oplossing moet in nauw contact met de betrokken experts van de bank gebeuren (kredietspecialisten, juristen, etc.) om te zorgen dat de financiering en de hedge perfect op elkaar aansluiten. Een ander punt is dat wanneer de onderneming gebruik maakt van ‘hedge accounting’ de eigen accountant ook op tijd aangehaakt moet worden om de blijvende toepassing hiervan te garanderen.


Zijn er dan helemaal geen nadelen aan deze oplossing? Eigenlijk weinig. Wat er natuurlijk kan gebeuren is dat de renteswap na 3 of 4 jaar vervroegd afgewikkeld moet worden wanneer de financiering onverhoopt toch niet wordt verlengd. Hierbij moet dan de marktwaarde afgewikkeld worden. Wanneer de rente dan in het 4e of 5e jaar in werkelijkheid lager is dan wat nu wordt ingeprijsd in de 5-jaar swap, zal deze marktwaarde verrekening negatief zijn. Dat wil zeggen, leiden tot een betaling door de onderneming aan de bank. Gezien de huidige lage rente lijkt dit een vrij overzichtelijk risico voor een onderneming die in principe de financiering voor 5 jaar aan wil gaan.


Graag bespreken we met u het renterisico van uw onderneming en de mogelijkheden die er zijn om dit risico te beheersen.